Help, ik faal!

Toen ik 13 jaar was, moest ik op school verplicht een vragenlijst over faalangst invullen. Heb je wel eens een blackout gehad tijdens het maken van een toets? Krijg je klamme handen als je moet presenteren? Ben je bang om fouten te maken? Met deze vragen probeerde de school te achterhalen of ik misschien bang was om te falen en daardoor slechter presteerde. Dit was kennelijk het geval. Samen met nog acht ongelukkige zielen werd ik in een apart klasje gezet om te werken aan mijn ‘faalangst’. Aan de hand van verschillende oefeningen zochten we de confrontatie met onze angst op. We deden ook veel ontspanningsoefeningen, met als doel om de faalangst voor eens en altijd uit ons leven te bannen.

Ik vond het verschrikkelijk. Zelf had ik niet het gevoel dat ik specifiek aan faalangst leed. Natuurlijk vond ik het best spannend om een toets te maken en ja, ik wilde liever geen onvoldoende halen. Maar faalangst? No shit, ik was 13. Met dingen als faalangst wilde ik mij helemaal niet bezighouden in die tijd! Of ik echt leed aan faalangst weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik liever geen fouten wilde maken.  Eerlijk gezegd is dit een understatement: ik mocht geen fouten maken van mezelf. Nu, jaren later, is fouten maken nog steeds niet mijn hobby. Maar ach, wie vindt dat wel prettig? Voor mij is het maken van een fout in ieder geval geen no go meer. In deze blog vertel ik je hoe dit mij is gelukt. 

Fouten maken

We weten het allemaal: fouten maken is menselijk. Iedereen maakt fouten, daar ben jij of ik geen uitzondering in. Toch vind ik het (en met mij vele anderen) erg vervelend om dingen niet goed te doen. Als ik een fout maak, heb ik namelijk gefaald. Dan val ik door de mand en ziet iedereen hoe dom ik eigenlijk ben. Dat is rampzalig, totaal onoverkomelijk. En dan heb ik het nog niet eens over wat anderen hier wel niet van zullen denken.

Met dit soort gedachten hield ik mezelf eindeloos bezig. Om gek van te worden. Dus wilde ik een oplossing. Daarvoor moest ik eerst kijken naar de ‘soort’ gedachten die door me heen gingen wanneer ik een fout had gemaakt. Ik herkende bij mezelf drie soorten gedachtenstromen:

  • Gedachten die invloed hebben op mijn zelfwaardering.
  • Gedachten over de mening van anderen.
  • Rampgedachten.

Hieronder beschrijf ik elke gedachtenstroom apart. Daarna geef ik een voorbeeld vanuit mijn eigen ervaring. Als laatste geef ik een paar tips om je gedachten op een andere manier te benaderen. Nog een korte opmerking vooraf: de drie gedachtenstromen lopen natuurlijk vaak door elkaar en zijn niet altijd gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. Wanneer je goed oplet, zul je op den duur steeds terugkomende gedachten wel gaan herkennen zodat je hiermee aan de slag kunt.

Het neerhalen van je eigen waarde

Bij gedachten die invloed hebben op jouw zelfwaardering gaat het om je eigen waarde. Je ziet het maken van een fout als persoonlijk falen. Je hebt iets verkeerds gedaan, waardoor je als persoon minder waard bent geworden. Het maken van een fout is voor jou het bewijs dat je niet deugd en dat je waardeloos bent. Jouw eigen waarde gaat daardoor dus omlaag.

In 2015 kocht ik een konijn via marktplaats. Een paar dagen nadat ik hem had opgehaald, begon het me op te vallen dat zijn drinkflesje bijna niet leger werd. Nog een paar dagen later deed hij ook zijn behoeftes niet meer. Helaas besefte ik me toen pas dat ik zijn drinkfles veel te laag had opgehangen, waardoor hij niet kon drinken. Ik voelde me vreselijk schuldig, hoe kon ik toch zo stom zijn? Ik heb me nog dagenlang rot gevoeld. De situatie zorgde ervoor dat ik mezelf als mens minder waard vond. Ik koppelde de fout die ik had gemaakt direct aan mijn zelfwaardering. Mijn eigen waarde veranderde in negatieve zin. 

Als ik nu merk dat mijn zelfwaardering in het geding komt door een fout die ik heb gemaakt, dan probeer ik me het volgende te beseffen: het zijn mijn eigen gedachten die mijn eigen waarde aantasten. Ik ben degene die mezelf naar beneden praat en ik kies ervoor om zo streng te zijn voor mezelf. Dit betekent dat ik er omgekeerd dus ook voor kan kiezen om milder voor mezelf te zijn. Ik maak nu bewust de keuze om mezelf niet elke fout zo zwaar aan te rekenen. Ook probeer ik mezelf niet te straffen wanneer ik iets niet goed doe. Ter motivering beloon ik mezelf regelmatig als ik rustig ben gebleven na het maken van een fout.  

Verder kun je de situatie ook rationeler beschouwen. Kijk bijvoorbeeld eens objectief naar deze zin: ik heb een fout gemaakt, dus ik ben waardeloos als mens. Dit is een heel vergaand oordeel. Het maken van één fout (en ook niet van meerdere fouten) bepaalt immers niet welke waarde jij als persoon hebt. Jouw waarde als mens wordt natuurlijk door veel meer aspecten bepaald dan door alle fouten die je maakt. Met dit in je achterhoofd lukt het je misschien om milder naar jezelf te kijken wanneer je iets niet goed doet.

Wat anderen zullen denken

De mening van anderen is vaak erg belangrijk voor ons. We komen graag goed voor de dag en we willen dat andere mensen positief over ons denken. Wanneer we fouten maken, kan het beeld dat anderen van ons hebben (in negatieve zin) veranderen. Dit willen we liever niet. Dus kwellen we onszelf met gedachten over wat anderen wel niet zullen denken wanneer we iets niet goed doen.

Vrij recent ben ik een doosje met belangrijke medicijnen kwijtgeraakt. Ik heb mijn hele huis drie keer op zijn kop gezet, maar de pillen waren verdwenen. Op dat moment was ik vooral bang voor de reactie van anderen op mijn fout. Ik was met name bang voor de mening van mijn arts. Wat zou zij wel niet denken? Ik was zelfs zo bang voor haar oordeel over mij, dat ik allerlei smoesjes verzon om mijn eigen onhandigheid te verbloemen. Uiteindelijk heb ik (gelukkig) gewoon de waarheid verteld. De arts moest lachen en vroeg zich oprecht af hoe ik het voor elkaar had gekregen. Ja, als ik dat eens wist! 

In deze situatie heb ik me te veel laten leiden door de vraag wat anderen van mijn gedrag zouden vinden. Dit kun je voorkomen door de volgende dingen in gedachten te houden: iedereen maakt fouten en niemand is perfect. Besef je daarnaast dat jouw gedachten over de mening van anderen aannames zijn. Je weet namelijk nooit precies wat andere mensen over jou denken. Je vult zelf de gedachten van anderen al in, zonder te weten of dit wel klopt. Wanneer je jouw aannames checkt bij de ander, kom je er waarschijnlijk achter dat jouw gedachten over wat die ander van jou vindt vaak niet kloppen. Neem dit gegeven als uitgangspunt wanneer je “de mening van een ander” weer bepalend laat zijn in je gedachtengang.  

Nog een handige tip: ga bij jezelf eens na wat jij over anderen denkt wanneer zij fouten maken. In een groot deel van de gevallen zul je er niet eens bij stilstaan. Heb je dan direct een negatief beeld van die ander? Nee, waarschijnlijk niet! Waarom zouden anderen jou dan wel alles aanrekenen wanneer je een fout maakt?

Rampspoed

De laatste categorie is rampdenken. Als je een fout maakt, is dit rampzalig. Het zal nooit meer goed komen. Alles gaat fout. Er is niets meer goed in de wereld. Je hebt desastreuze gedachten die letterlijk van kwaad tot erger gaan. De mogelijkheid bestaat dat je in een neerwaartse spiraal van negativiteit terecht komt.

Toen ik net begon met werken, heb ik per ongeluk een bedrag naar en verkeerd rekeningnummer overgemaakt. Om het allemaal nog erger te maken: het bedrag kwam terecht bij iemand met schulden en verdween direct nadat ik het had gestort. Voor mij was dit een complete ramp. Ik voelde me niet alleen schuldig, maar ik was ook bang dat ik werd ontslagen. Ik krijg slechte referenties en zal nooit meer een andere baan vinden. Tegelijk was ik bang dat iedereen me met de nek aan zou kijken. Zo’n domme fout maakt toch niemand? 

Gelukkig werd ik niet ontslagen. De consequenties vielen erg mee. Maar hoe kun je er nou voor zorgen dat je niet verdrinkt in rampdenken? Stel jezelf kritische vragen over de gebeurtenis! Hiermee test je of jouw gedachten logisch zijn. In mijn geval zou ik mezelf de volgende vragen kunnen stellen: gebeurt er echt een ramp nu ik dit heb gedaan? Gaat mijn werkgever mij ontslaan om deze fout? Krijg ik dan echt geen nieuwe baan meer? Gaan mensen mij door deze fout met de nek aan kijken? Door deze vragen te beantwoorden, merk je al snel dat veel van je gedachten niet blijken te kloppen en vaak erg overtrokken zijn. Je ziet in dat het allemaal zo erg nog niet is en kunt gemakkelijker over het rampdenken heen stappen. 

Ik vraag mezelf ook vaak af wat het ergste is dat me kan overkomen. Als je op die rationele manier naar de situatie kijkt, zie je dat de gevolgen van een gemaakte fout vaak helemaal niet zo rampzalig zijn als je denkt. 

Slot

Ik heb er jaren over gedaan om te accepteren dat ik (af en toe) best dingen verkeerd mag doen. Door elke gedachtenstroom apart aan te pakken, heb ik uiteindelijk geleerd dat fouten maken mag. Sterker nog: ik zie nu in dat fouten maken ook heel nuttig kan zijn. Je leert er namelijk meestal ook nog een hele hoop van!

2 gedachten over “Help, ik faal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *